NS Mat '57 Hondenkop

De serie bestond uit de volgende twaalf treinstellen:

Treinstel 220.902 is na jarenlang verblijf in België zojuist teruggekeerd in Nederland (Roosendaal, 14 juli 2017)

In 1957 lieten NS en NMBS samen een twaalftal tweedelige treinstellen bouwen die werden ingezet op de Beneluxverbinding Amsterdam - Brussel. Vier stellen werden gefinancierd door de NMBS (220.901 - 220.904), de overige door de NS (1201 - 1208). Achter deze verdeling zat de gedachte dat 1/3 van het aantal te rijden kilometers op Belgisch grondgebied zou plaatsvinden; en 2/3 op Nederlands grondgebied. Men gaf destijds voorkeur aan treinstellen zodat het kopmaken in het toenmalige kopstation Antwerpen gemakkelijk verliep. Uit proefnemingen met de stellen naar Luxemburg bleek dat het gewicht te hoog en het beschikbare vermogen te klein was voor het heuvelachtige terrein.

Onze treinen en locomotieven - NS uitgave uit juli 1959.

Onze treinen en locomotieven - NS uitgave uit juli 1959.

De treinstellen waren qua uiterlijk sterk geïnspireerd op de Nederlandse "hondenkopstellen" van Mat '54. Ze konden daarmee ook gekoppeld rijden, net als met het andere toenmalige stroomlijnmaterieel in Nederland. De stellen konden zowel met de Nederlandse 1500 Volt als de Belgische 3000 Volt overweg. De maximumsnelheid bedroeg 120 kilometer per uur.

• De stellen werden gebouwd door Werkspoor - de elektrische installatie werd gemaakt door de Belgische firma's ACEC en SEM. In juli 1957 werden de stellen 1201 - 1204 afgeleverd, in augustus 220.901 - 904 en in september 1205 - 1208.

• De stellen waren koppelbaar met de volgende Nederlandse typen: Mat '36, Mat '40, Mat '46 en Mat '54.

• Op 2 juli 1957 reed stel 1201 de eerste proefrit. Op 18 september 1957 werd de verbinding officieel in de dienst gesteld met een feestrit: twee Nederlandse stellen reden die dag van Amsterdam naar Roosendaal alwaar ze aan twee Belgische stellen werden gekoppeld. Het geheel ging vervolgens naar Brussel. De reguliere dienstregeling ging van start op 29 september 1957.

• De gele band op de treinstellen was in het begin zandgeel, later werd die vervangen door een fellere gele kleur. De treinstellen hadden twee stroomafnemers: een voor het Nederlandse net (op de ABk-bak) en een voor het Belgische (op de BDk-bak). Ieder treinstel had 18 zitplaatsen eerste klas en 80 zitplaatsen tweede klas. De stellen hadden een douane-compartiment; grenscontrole kon zo onderweg gebeuren in plaats van op de stations in Essen (B) of Roosendaal (NL).

Plan V in de Beneluxdienst?

Toen in het midden van de 60'er jaren van de vorige eeuw bleek dat de reizigersaantallen in de Beneluxtrein tussen Amsterdam en Brussel stevig toenamen, heeft men gezocht naar mogelijkheden voor extra materieel op deze verbindng. Eerste optie was meer Mat '57 stellen te bouwen - deze optie viel af, omdat dit materieel in technische zin voorbij was gestreefd door Plan V. Tweede optie was het bouwen van 6 (twee voor de NMBS, vier voor de NS) plan V-stellen die zouden kunnen worden ingezet op de verbinding tussen beide landen. De kosten hiervan, waren zo hoog, dat dit alternatief niet verder kwam dan de ideefase. Uiteindelijk werd gekozen voor treinen bestaande uit een locomotief en wagons.

• In 1971 kregen de stellen een derde frontsein - op de neus. In de loop der jaren werden enige constructiewijzigingen doorgevoerd: de douaneruimte werd tot een eerste-klas coupé met 6 zitplaatsen omgebouwd. De keukens werden gesloten in 1975 en later omgebouwd tot twee tweede klas coupés.

• Hoewel de stellen uiteraard bedoeld waren voor de verbinding Amsterdam - Brussel v.v.; zette de NS de stellen ook wel eens in op andere verbindingen. Zo werd in 1976 bijvoorbeeld de trajecten Amsterdam - Den Haag Centraal, Roosendaal - Bergen op Zoom en Maassluis - Rotterdam Centraal bereden. Dat laatste hing samen met een wasbeurt. De NMBS reed in dat jaar op zondag een slagje Antwerpen Centraal - Brussel Zuid met Mat '57. In 1979 reed de NS af en toe op de toenmalige Hofpleinlijn een slagje met Mat 57.

• In de dienstregeling die inging op 30 mei 1976 werd de restauratievoorziening in Mat '57 geschrapt. Alleen in de trek-duw-treinen was restauratie nog mogelijk.

• De treinstellen werden in 1986 verdrongen door het nieuwe trek-duw-materieel met ICR en locs van de NMBS-reeks 11. De meeste stellen zijn nog tot 15 januari 1988 ingezet in de binnenlandse Nederlandse dienst. De hondenkopstellen kunnen als verre voorloper van de V250-treinstellen worden beschouwd - alleen was de introductie ervan minder problematisch én ze zijn veel langer ingezet!

Stel 220.902 te Leuven (12 oktober 1999).

• Op 30 mei 1987 reden de stellen hun laatste reguliere diensten; daarna werden de stellen incidenteel ingezet. Op 15 januari 1988 werden de laatste zeven stellen buiten dienst gesteld. Op 30 januari 1988 reden de stellen 1204 en 1208 ontroestingsritten op het nieuwe baanvak Almere - Lelystad.

• Plannen voor een tweede leven (in Nederland: de stellen te voorzien van tractie-installaties uit Mat '46; in België: ombouw van de stellen tot postrijtuig) werden niet uitgevoerd.

• De Nederlandse stellen werden onttakeld in de toenmalige werkplaats te Roosendaal daarna werden gestald in de Rietlanden (Amsterdam). De stellen werden daar door vandalen 'gesloopt'. Vervolgens werden ze ontasbest in de werkplaats te Haarlem en echt gesloopt bij Hollandia in de Westhaven.

• De Belgische stellen 220.901, 903 en 904 zijn gesloopt in het Franse Baroncourt. op 21 juli 1990 werden ze daar naar toegebracht.

Op 15 juni 2013 kondigt de Stichting Mat '54 Hondekop-vier aan dat men het enig overgebleven stel 220.902 overneemt uit België; op 14 juli 2017 kwam het stel eindelijk naar Nederland om te worden opgeknapt.

www.v250.nl

datum bewerking: 26 I 2019